Glasvezelverlichting

Glasvezelverlichting, ook wel bekend onder de namen Fiber-Optics (en Fibre-Optics) heeft als voordeel dat met weinig lichtbronnen zeer veel lichtpunten gemaakt kunnen worden. In tegenstelling tot gangbare verlichting, waarbij voor ieder lichtpunt een elektrische aansluiting noodzakelijk is, wordt het licht getransporteerd door glasvezels die geheel ongevoelig zijn voor vocht.
Glasvezelverlichting is daarom zeer geschikt voor vochtige ruimten en sfeerverlichting, zoals sterrenhemels.

Techniek

Een glasvezelverlichtingsset bestaat in grote lijnen uit twee delen: de glasvezels en een lichtgenerator.
De glasvezels bevinden zich in een meestal zwarte ommanteling en zijn vrij soepel. Aan het eind van de glasvezel wordt vaak een eindfitting gemonteerd, waarmee de vezel in het plafond wordt gemonteerd.
In de lichtgenerator wordt het licht opgewekt. Vanwege de hoge lichtopbrengst wordt hier in het algemeen een halogeen lamp voor gebruikt. Voordat het licht in de glasvezels wordt geleid, kan het met een kleurenschijf van effecten worden voorzien.
 
Door het gebruik van de halogeenlamp, komt er ook een hoeveelheid warmte vrij, die afgevoerd moet worden. Voor de koeling is in de generator een mini-ventilator ingebouwd. De generator mag daarom niet te krap ingebouwd worden.

Tips voor verdeling van de lichtpunten

Er zijn verschillende mogelijkheden om een mooi lichtplafond te maken.

Een mooie, grote sterrenhemel wordt bereikt door het aantal lichtpunten aan de randen beperkt te houden. Net als bij de echte sterrenhemel zijn aan de randen nog enkele dwaalsterren zichtbaar.
Er mogen ook geen patronen herkenbaar worden. Breng de lichtpunten daarom onregelmatig aan. Dit is moeilijker dan het lijkt, want onbedoelde patronen ontstaan vrij gemakkelijk.
Een foefje is om cirkels uit te zetten en op iedere cirkel een vooraf bepaald aantal lichtpunten te zetten, die je op onregelmatige afstanden op de cirkels plaatst. Er ontstaat dan eenvoudig een sterrenhemel die aan de randen openener wordt.

Bijvoorbeeld: je wilt een sterrenhemel van 2 meter doorsnede en je hebt 120 lichtpunten ter beschikking. Kies bijvoorbeeld voor een afstand tussen de cirkels van 5 cm. Je kunt dan 200/5 = 40 cirkels maken, met op ieder cirkel 120/40 = 3 lichtpunten.

Tip: Maak een touw vast (met een schroef, spijker of punaise) in het middelpunt van de cirkel. Bind aan dit touw op 5 cm afstand een potlood en zet hiermee op drie punten een stip, waar het lichtpunt zal komen.
Het uitzetten van de punten is het eenvoudigst als het plafond eerst aangebracht wordt, maar doordat de glasvezels vanaf de achterkant ingestoken moeten worden, kan dit alleen bij een systeemplafond met uitneembare platen. Wil je een sterrenhemel in een vast plafond van bijvoorbeeld gipsplaten, dan zul je de platen vooraf pas moeten maken en de gaten uitzetten als de platen op de vloer liggen.

Een foefje om een nog betere verdeling te bereiken is door de afstand van de buitenste cirkels groter te kiezen. Voor ongeveer één derde van de (buitenste) cirkels kies je een afstand die tweemaal zo groot is als de afstand van de binnenste cirkels.
In bovenstaand voorbeeld met 40 cirkels, komen de 40/3= ongeveer 12 buitenste cirkels op een afstand van 10 cm. De doorsnede van de sterrenhemel veranderd daardoor van 200 cm naar 200 + 12x5= 260 cm. Wil je een sterrenhemel van 2m, neem voor de tussenafstand van de cirkels dan 5x2/2,6= 3,8 cm in plaats van 5 cm. Of je kiest voor 4 cm, waarna je voor de buitenste cirkels 200 - 28x4= 88 cm overhoudt, zodat de tussenafstand van de buitenste cirkels 88/12= 7,3 cm wordt.

De natuurlijke sterrenhemel heeft sterren van verschillende lichtsterkte. Om dit te benaderen zou je de glasvezels kunnen bundelen tot twee, hooguit drie vezels. De standaard fittings zijn echter niet geschikt voor bundels en moeten dus van alle glasvezels afgeknipt worden. Omdat alle vezels volgens de methode van de natte montage bevestigd moeten worden, is deze sterrenhemel iets minder geschikt voor de amateur Doe-het-zelver.

Een variant op een sterrenhemel ontstaat als het centrum van de sterrenhemel niet in het middelpunt van de cirkel ligt.

Een lichtplafond hoeft niet altijd op een sterrenhemel te lijken. Soms wordt nadrukkelijk voor een patroon gekozen.
Voorbeelden daarvan zijn:
- zes of acht stralen vanuit een middelpunt, waarbij de lichtpunten op regelmatige afstand gemonteerd zijn
- een cirkel van lichtpunten
- meerdere cirkels van lichtpunten
- een cirkel met stralen die bijna in het middelpunt samenkomen
- lichtpunten die een logo of een geschreven tekst vormen

Twinkelende sterrenhemels

Is de sterrenhemel uitgevoerd met een kleurenwiel of een twinkelwiel, zorg er dan voor dat de glasvezels uit de bundel willekeurig gebruikt worden.
Zou je de glasvezels gelijkmatig spreiden (zoals ze gebundeld uit de lichtgenerator komen), dan zie je de omwenteling van het kleurenwiel uitvergroot op je plafond. Dat kan een gewenst effect zijn, maar kan zeker na verloop van tijd gaan vervelen.

Is de sterrenhemel uitgerust met een twinkelwiel, dan móet je de glasvezels beslist willekeurig spreiden om het gewenste twinkeleffect te krijgen.
 
Google
 
Web workshop.oddity.nl
 


Koop nu je eigen sterrenhemelset.

Deze informatie is onderdeel van de online interieur workshop van ODD interieurarchitectuur