Zelf schilderen
Schilderen kan iedereen. Niet iedereen kan het even snel of even goed, maar met een positieve instelling en goede tips is een zeer goed resultaat haalbaar.
Wat is belangrijk bij het schilderen:
- het juiste gereedschap
- het juiste materiaal
- een goede werkomgeving
- gevoel voor het materiaal
- geduld en precisie.
Gereedschap
Om maar met de deur in huis te vallen: een verfkwast uit de bouwmarkt is in het algemeen niet goed. Zelfs als de kwast wordt aangeprezen met "Professioneel", kan hij bijna nooit tippen aan een kwast die de professionele schilder gebruikt.
Het verschil tussen een goede kwast en een inferieure is zichtbaar in het eindresultaat. Kenmerken voor schilderwerk met een slechte kwast zijn bijvoorbeeld: aanzet of afstrijk is zichtbaar, verfribbels zijn sterk aanwezig, onregelmatig oppervlak.
Een verfroller werkt fijn op grote eenvoudige oppervlakken, zoals deuren. Een roller laat echter een structuur achter die velen niet kunnen waarderen. Een lange kwaststreek geeft vaak een mooie structuur aan een oppervlak.
Een goede kwast koop je bij de verfspeciaalzaak:
- een grote volle kwast met veel haar
- lange soepele haren (tot wel 7 of 8 cm), aan de haareinden geplet (lijkt op gespleten haar)
- een steel die prettig in de hand ligt en ook na een uur schilderen nog niet zal irriteren.
Een professionele kwast kan veel verf opnemen, waardoor sneller geschilderd kan worden. Er kunnen langere streken mee gemaakt worden, waardoor het verfoppervlak vlakker wordt.
Wat tegen zal vallen is de prijs. Een goede verfkwast kost tussen de 10 en 20 euro. Toch is dat beslist geen reden om met een minder exemplaar genoegen te nemen.
Wie zo'n verfkwast koopt, verzorgt hem goed en dat is minder moeilijk dan de meesten weten!
Geen gedoe met irritant ruikende kwastreiniger en kwastontharders: zet dat maar bij het chemisch afval.
Zo houd je je kwast schoon:
- strijk de kwast zoveel mogelijk droog op bijvoorbeeld een krant of oude lappen
- pak een schoon conservenblikje en vul die met gewone diesel tot de haren ruim onder staan
- roer met de kwast in de diesel zodat deze goed tussen alle haren zit
- laat de kwast in het blikje staan tot je hem de volgende dag weer gebruikt
- schud de kwast uit, en wrijf hem droog in een oude lap, schudt hem nogmaals uit
- dompel de kwast een paar maal goed in de verf en strijk tussendoor de verf af
én: doorgaan met verven!
Ga je de volgende dag niet door met verven, laat de kwast dan enkele dagen in het blikje met diesel staan. Meestal zinkt na enige tijd de verf naar de bodem van het blik. Haal de kwast eruit, giet de diesel voorzichtig over in een nieuw blikje, zet de kwast hierin en gooi het oude blik met bezinksel weg (chemisch afval!).
Na een paar dagen is de kwast schoon. Droog hem goed nadat hij uit de diesel komt en leg hem plat weg.
Onderbreek je je schilderwerk voor een pauze, laat de verf aan je kwast dan niet indrogen, maar zet de kwast in een blikje met een laagje terpentine. Voordat je verder gaat met verven, laat je de kwast weer even aan de dikte van de verf wennen.
Materiaal
Welke verf kies je voor welke klus en wat is de werkvolgorde?
Het mooiste resultaat bereik je met meerdere dunne lagen verf. Werk je met te dikke verf, dan is de kans op zakkers groot; je moet langer wachten tussen de lagen; je kwast loopt sneller dicht, waardoor het schilderen zwaarder gaat en het tempo afneemt en de verf loopt niet goed in de houtnerf. Het laatste is funest voor buitenschilderwerk.
Direct dekkende verf is een sprookje. Ieder die weleens geschilderd heeft, weet dat -hoe nauwkeurig je ook werkt- je kwast toch af en toe een stukje overslaat.
Sneldrogende verf geeft, zeker in combinatie met een hoge buitentemperatuur en een stevige wind, een onbevredigend resultaat. De verf droogt matter op dan gewenst en er ontstaan glansverschillen.
Acrylverf is daarom, zeker voor buitenschilderwerk, minder geschikt voor amateurschilders. Kies in zo'n situatie voor een alkahyd-hars verf.
De werkwijze voor het dekkend schilderen van blank hout:
1. controleer of het hout niet vet is, ontvet zonodig met een daarvoor geschikt middel. Een ammoniak-oplossing geeft van oudsher een zeer goed resultaat. Laat het werk een dag drogen.
2. maak het oppervlak stofvrij. Gebruik bij voorkeur geen water. Neem je het toch af met een vochtige doek, laat het dan minimaal een halve dag drogen. Ben je te uitbundig met water, laat het dan langdurig drogen, want waterdruppels verpesten de hechting van de verf. Gebruik ook geen stofdoekje, want een doekje loopt snel vol met fijn stof en het enige dat je dan doet is de stof verdelen.
Een beproefde methode is de vlakke hand! Zorg dat je hand niet vet is. Aai het oppervlak schoon. Klap en wrijf zo nu en dan je handen schoon. Je kunt nu direct door met schilderen.
3. breng een laag grondverf aan. Als je verwacht dat er gaten gevuld moeten worden, kies je voor een witte grondverf. Dit hoeft beslist geen dure verf te zijn. Een goedkope grondverf uit de bouwmarkt volstaat uitstekend voor dit doel.
De bedoeling van deze laag is dat er een goede hechting ontstaat. De verf moet daarom diep het hout intrekken en de kanten van de houtnerven raken. Dit kan alleen met een zeer dunne verf. Verdun de verf meer dan op het blik is aangegeven. Als het nog net smeerbaar is, is het goed.
4. als de eerste grondverflaag droog is, zijn de onregelmatigheden van het hout beter herkenbaar. Nu ga je de gaten vullen. Kies voor de grotere gaten voor ToutPret (een stopverf-achtig materiaal, wat je al kunt gebruiken als de grondverf stofdroog is. Het voordeel hiervan is, is dat de hechting uiteindelijk beter wordt.) Druk dit goed in de gaten en snij het vlak weg. Dit materiaal krimpt iets, maar nog altijd veel minder dan de gangbare houtvulmiddelen.
In het algemeen is gladplamuren niet noodzakelijk, maar als je een hoogglans afwerking wilt, dan is gladplamuren noodzakelijk.
Gebruik voor het gladplamuren (en ook over de ToutPret) een snelplamuur. Een goed product is (Witte) Bolivia. De naam is afgeleid van het effect dat de oplosmiddelen teweeg brengen als er onvoldoende geventileerd wordt bij het aanbrengen.
Enkele consumentenproducten voor het vullen van gaten in houtwerk zijn eigenlijk ongeschikt, omdat ze te langzaam uitharden of omdat ze veel te veel krimpen. Deze middelen zijn alleen geschikt voor mensen die van gatenvullen hun hobby willen maken!
Werk zorgvuldig, anders zul je deze én de volgende stappen enkele malen moeten uitvoeren.
5. Voor het grofschuren van de plamuur gebruik je schuurpapier P80, voor het fijnschuren van de plamuur en de grondverflaag (de vezels in het hout gaan opstaan door het contact met verf) gebruik je schuurpapier P120.
6. maak het oppervlak stofvrij en breng een laag grondverf aan. Kies een kleur die naar de kleur van de deklaag toegaat (wit voor een witte, gele of oranje deklaag, lichtgrijs voor een lichtgrijze, groene of rode deklaag en donkergrijs voor blauwe of zwarte deklagen). Deze hoeft nu niet verdund te zijn, tenzij de verf te dik is om goed uit te vloeien.
7. schuur het oppervlak schuurpapier P180 of licht met schuurpapier P120
8. maak het oppervlak stofvrij en breng een dunne laag dekverf aan. Deze moet licht verdund worden, volgens de gebruiksaanwijzing.
9. schuur het oppervlak schuurpapier P240
10. maak het oppervlak stofvrij en breng de laatste deklaag dun aan.
TIPS:
- Professionele verf is dikker dan consumentenverf. Om dit goed te verwerken moet dit vaak wat extra verdund worden.
- Wil je een gaaf hoogglans oppervlak, zorg dan dat je verf dun is.
- Als de laatste grondverflaag in de kleur van de deklaag is (te verkrijgen in de schilderspeciaalzaak), kun je voor binnenschilderwerk volstaan met 1 deklaag.
- Schilder altijd met de nerf van het hout mee. Om de verf goed op te brengen is het soms nodig om dwars op de nerf te schilderen, maar veeg het daarna direct uit in de richting van de nerf.
- vermijd tocht op je werk: verfspatters komen neer waar je ze niet wilt hebben en de verf kan onregelmatig (vlekkerig) opdrogen
- vermijd direct zonlicht op je werk.
Volgorde van werken
De laatste streken zijn altijd in de richting van de nerf!
Bij een raam met een roede-opdeling is de werkvolgorde daarom als volgt: eerst de roeden, dan de tussenstijl, dan de onder- en bovenregel en dan de kantstijlen.
Bij een kozijn is de volgorde: eerst de stijlen, dan de bovenregel en als laatste de dorpel.
Bij een paneeldeur: eerst het paneel, dan de regels en als laatste de stijlen.