Gordijnen

Gordijnen hebben een groot effect op de ruimte en de sfeer.
Je kunt met gordijnen een kamer nooit ruimer laten lijken, ze werken altijd verkleinend.
Wil je toch een ruimtelijk effect met gordijnen, kies dan voor een stof waar nog licht doorheen komt (zoals de inbetweens) of voor niet-geplooide gordijnen.

Zelf gordijnen maken

Houd rekening met het volgende:

Kleur en dessin van gordijnen komen het best tot hun recht bij een mooie plooi: de meest gebruikte plooi is dan ook de dubbele plooi.
Het mooist hangen gordijnen van plafond tot vloer.
Bij korte gordijnen (bijv. tot aan de vensterbank) de gordijnstof niet precies tot op de vensterbank laten hangen. Onder invloed van warmte en vocht kan de lengte van het gordijn iets variëren, dit valt niet op als het gordijn ongeveer 20 cm over de vensterbank hangt.
 
Als de kamer hoger is dan drie meter, is het verstandig om voor een dubbele plooi te kiezen, anders is er geen plooivorming meer over aan de onderkant.
Kies je voor een dessin met een groot patroon, dan heb je extra stof nodig. Het is namelijk het mooist als op elke baan het hele patroon terugkomt.
Bij een zeilmakerij kun je nestelringen door de stof laten slaan. Dat combineert goed met een industrieel ophangsysteem.
Gordijnstoffen uit speciaalzaken zijn voorgewassen, maar dan nog moet je rekening houden met een krimp van drie procent. Chemisch reinigen is het veiligst.
Natuurlijke stoffen, zoals wol en linnen, reageren sterk op de luchtvochtigheid. Het is slim om bij deze stoffen een ruime zoom te nemen en de gordijnen vijf centimeter over de vloer te laten slepen, wat ook handig is bij een ongelijk vloerverloop.



Voering

Sommige stoffen verkleuren in het zonlicht. Een voering gaat dat tegen.
In de slaapkamer is het ook slim om gordijnen met een (lichtdichte) voering te nemen, zodat het er goed donker wordt.
Bij ramen met enkel glas zorgt een gewatteerde voering voor isolatie.

Hoofdje

Het hoofdje van het gordijn is de hoogte tussen de bovenkant van het gordijn en de haak. Het hoofdje bedekt de runner en een deel van de rail. De standaard afmeting van het hoofdje is 2,5 cm.
Als geplooide gordijnen worden gehangen aan een roede met ringen (het haakje gaat door een oogje aan de ringen) mag het hoofdje maar 1 cm hoog zijn. Dit hoofdje bedekt dan enkel het ophangringetje. De ringen en de roede blijven volledig zichtbaar.
Voor een gordijn met ringen van 40 mm maak je een hoofdje van 2 cm (max. 4 cm).

Gebruikelijke afwerking

Overgordijnen worden standaard gemaakt met 8 cm vliesband. Aan de zij- en onderkant wordt blind gezoomd. De afstand tussen de plooien is ongeveer 10 cm.
Vitrages worden standaard gemaakt met 8 cm vliesband, aan de zijkant wordt, indien mogelijk, blind gezoomd. De afstand tussen de plooien is ongeveer 7 cm.

Embrasses

Met een embrasse kan een gordijn opzij gehouden worden. De embrasses kunt u het beste maken van dezelfde stof als het gordijn.
Een rechte embrasse is geschikt voor alle soorten gordijnen.
De banaanvormige embrasse is geschikt voor alle soorten gordijnen, behalve gordijnen die niet gestreken mogen worden, zoals kreukelstoffen.

Het opmeten van een gordijn

Dit zijn de algemene regels:
- Meet met een metalen rolmaat of een vaste meetlat die lang genoeg is om in één keer te meten.
- Meet minimaal twee maal om vergissingen te voorkomen.
- Meet aan beide zijden, want een plafond, vloer of kozijn is niet altijd waterpas. Bij verschil in hoogte telt de kortste maat.

Hou rekening met vensterbanken, verwarmingen, e.d. want gordijnen moeten vrij kunnen hangen.
'In de dag' betekent dat het gordijn binnen de nis van een raam of deur valt.
'Op de dag' betekent dat het gordijn voor de nis van een raam of deur valt.
Hou in een nieuw huis rekening met de nog aan te brengen vloerbedekking.
De lengte van de rail of roede bepaalt de breedte van een gordijn. Als er nog geen rail of roede hangt, laat dan de roede of rail minimaal 20 cm aan beide kanten van het raam uitsteken, zodat de gordijnen niet voor het raam hangen als je ze openschuift.

Rekenmachine

Op internet zijn verschillende calculators te vinden om de hoeveelheid stof uit te rekenen. Bijvoorbeeld op de site van Kwantum.

Stof verbruik

Kies eerst welk ophangsysteem je wilt toepassen en welke plooi. Voor elke plooi geldt een percentage waarmee de breedte wordt vermenigvuldigd om de hoeveelheid stof uit te rekenen.

Railsysteem

Het gordijnstof verbruik bij de enkele plooi, dubbele plooi en de tri-plooi is voor overgordijnen respectievelijk 180%, 250% en 300%. Voor vitrage is dat respectievelijk 200%, 250% en 300%.
Voor gordijnen met een enkele plooi heb je dus de raillengte maal 1,8 aan stof nodig. Stel dat je gordijnen van 4 meter wilt, dan heb je 4 x 1,8 = 7,20 meter stof nodig. Voor een dubbele plooi moet je dus de breedte van de stof maal 2,5 nemen.

Als de stof niet raambreed verkrijgbaar is, dan moet je banen stof aan elkaar stikken. Let erop dat je voor beide kanten evenveel banen berekent. Banen berekenen doe je zo: deel de railbreedte door de stofbreedte. Bijvoorbeeld voor een roede van 450 cm breed heb je voor een enkele plooi nodig: 450 x 1,8 = 810 stofbreedte / 140 cm = 5,8 banen, wordt 6 banen.
Daarna bepaal je de hoogtemaat van de gordijnen: kamerhoog min 2 centimeter afstand tot de vloer, plus 35 centimeter stoftoeslag voor de dubbele zoom en de gordijnband. Deze uitkomst vermenigvuldig je met het aantal banen en je weet hoeveel gordijnstof je nodig hebt.

Roede met ringen of lussen systeem

Bij toepassing van ringen, welke verkrijgbaar zijn in de maten 25 mm of 40 mm en uitgevoerd in nikkel of messing, maak je gordijn met een enkele plooi.
Voor de berekening van de gordijnstof, zie hierboven onder het kopje Railsysteem.
Bij het toepassen van het lussensysteem geldt dezelfde berekeningswijze, echter de hoogtemaat van het gordijn is afhankelijk van de lengte van de lussen.


Deze informatie is onderdeel van de online interieur workshop van WoontNet